zaterdag 24 januari 2026 – Hebreeen 11:1-3

zaterdag 24 januari 2026 – Hebreeen 11:1-3

Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien. Om hun geloof werden de mensen uit vroeger tijden geprezen. Door geloof komen we tot het inzicht dat de wereld door het woord van God geordend is, dat dus het zichtbare is ontstaan uit het niet-zichtbare. — Hebreeen 11:1-3

Hebreeën 11:1-3 zegt: “Geloof is de zekerheid dat de dingen die we hopen werkelijkheid worden, het is het bewijs van dingen die we niet zien. Door hun geloof kregen de mensen in de oudheid een goede reputatie. Door geloof begrijpen wij dat het universum is geordend door het woord van God, zodat het zichtbare afkomstig is uit het onzichtbare.”

Wanneer je deze woorden leest, krijg je misschien het gevoel dat geloof iets magisch is. Het is dat vermogen om te vertrouwen op het onzichtbare en het onbekende. Dat kan uitdagend zijn in een wereld die vaak vraagt om bewijs en tastbare resultaten. Maar hier zien we dat ons geloof als een soort innerlijke zekerheid kan werken. Het betekent dat zelfs als we dingen niet kunnen zien, we erop kunnen vertrouwen dat God werkt in ons leven en in de wereld om ons heen.

Denk aan tijden waarin je moest vertrouwen zonder dat je de uitkomst wist. Misschien was het toen je een belangrijke beslissing moest nemen, of toen je door een moeilijke periode ging. Geloof is als een kompas dat je de weg wijst, zelfs als de mist je zicht belemmert. Het herinnert ons eraan dat we niet alleen zijn en dat er een grotere kracht is die de weg voor ons baant, zelfs als we dat niet met onze ogen kunnen zien.

Vandaag de dag worden we uitgedaagd om stil te staan bij waar we ons geloof op baseren. Vertrouwen we op onszelf, op anderen, of durven we ons over te geven aan het grotere verhaal dat God voor ons heeft? Moge ons geloof sterker worden, niet vanwege wat we kunnen zien, maar juist omdat we de zekerheid hebben dat God altijd bij ons is.