‘Wat is gemakkelijker, tegen een verlamde zeggen: “Uw zonden worden u vergeven” of: “Sta op, pak uw bed en loop”? Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’ Toen zei hij tegen de verlamde: ‘Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.’ Meteen stond hij op, pakte zijn bed en ging weg; allen die dit zagen, stonden versteld en loofden God. ‘Zoiets hebben we nog nooit gezien,’ zeiden ze. — Marcus 2:9-12
In Marcus 2:9-12 zien we een krachtig moment van Jezus waarin Hij niet alleen genezing brengt aan een verlamde man, maar ook Zijn goddelijke autoriteit aantoont. Jezus vraagt: “Wat is gemakkelijker, tegen de verlamde zeggen ‘Uw zonden zijn vergeven’ of ‘Sta op, neem uw bed op en loop’?” Dit is een spannende vraag, omdat het vergeven van zonden iets is dat we niet fysiek kunnen zien of bewijzen, terwijl een verlamde man zien lopen een direct, zichtbaar wonder is.
Jezus kiest er bewust voor om beide te doen. Dit laat twee dingen zien: ten eerste Zijn mededogen en liefde voor degenen die lijden, en ten tweede Zijn macht om zonden te vergeven, een kracht die ver boven het menselijke begrijpen gaat.
Toen de verlamde man opstond en liep, was het niet alleen een fysiek genezingsmoment, maar ook een spiritueel onderricht voor degenen die getuige waren. De menigte was verbaasd en verheerlijkte God, beseffend dat iets groots en goddelijks had plaatsgevonden.
Voor ons vandaag de dag, herinnert deze passage ons eraan dat Jezus niet alleen oog heeft voor onze fysieke noden, maar ook voor onze diepste zielennood. Het daagt ons uit om te geloven dat Hij de kracht heeft om ons te vernieuwen van binnenuit en de blokkades in ons leven te doorbreken, of die nu fysiek, mentaal of spiritueel zijn. Het roept ons op om met vertrouwen naar Hem toe te gaan met de zekerheid dat Hij daadwerkelijk kan en wil handelen.