Wij hebben lief omdat God ons het eerst heeft liefgehad. Als iemand zegt: ‘Ik heb God lief,’ maar hij haat zijn broeder of zuster, is hij een leugenaar. Want iemand kan onmogelijk God, die hij nooit gezien heeft, liefhebben als hij de ander, die hij wel ziet, niet liefheeft. We hebben dan ook dit gebod van hem gekregen: wie God liefheeft, moet ook de ander liefhebben. — 1 Johannes 4:19-21
Laten we eens kijken naar 1 Johannes 4:19-21. In deze verzen gaat het om de kernboodschap van liefde in ons christelijk geloof. Johannes vertelt ons dat de reden waarom we liefhebben, is omdat God ons eerst heeft liefgehad. Dit is de basis van ons geloof en de manier waarop we met anderen omgaan.
De verzen leggen ook uit dat als we zeggen dat we God liefhebben maar ondertussen onze broeder of zuster haten, we niet eerlijk tegen onszelf zijn. Het is onmogelijk om oprecht van God te houden als we niet van de mensen om ons heen kunnen houden. Liefde is hier niet alleen een emotie maar een actie – een manier van leven en een verplichting om iedereen om ons heen liefdevol te behandelen.
Dit herinnert ons eraan hoe belangrijk het is om liefde centraler te stellen in ons dagelijks leven. Vooral in een wereld waar relaties soms oppervlakkig en gebrekkig kunnen zijn, roept Johannes ons op om dieper te graven en authentieke liefde te tonen aan anderen. We worden uitgedaagd om te reflecteren op hoe we liefde uitdrukken en in hoeverre onze woorden en daden echt overeenkomen met onze geloofsbelijdenis.
Dus de vraag die we onszelf zouden kunnen stellen is: hoe kunnen we vandaag de liefde van God weerkaatsen in onze acties? Hoe kunnen we bewijzen dat we van Hem houden door vriendelijke en liefdevolle daden te verrichten voor de mensen om ons heen? Laat dit een oproep zijn om met oprechte liefde in contact te treden met de wereld.