Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven schenken, hoeveel te meer zal jullie Vader in de hemel dan het goede geven aan wie hem daarom vragen. — Matteus 7:11
Stel je voor dat je een goede vriend of vriendin hebt die altijd voor je klaarstaat en precies weet wat je nodig hebt, zelfs voordat je daarom vraagt. Dat is een beetje hoe God in dit vers wordt voorgesteld. Matteüs 7:11 vertelt ons dat als wij, ondanks onze gebreken, goede gaven aan anderen kunnen geven, hoeveel meer God, die perfect is, weet hoe Hij ons het beste kan geven wat we nodig hebben.
Dit vers nodigt ons uit om na te denken over de manier waarop we soms twijfelen of God ons wel hoort of dat Hij ons iets goeds zal geven. Het herinnert ons eraan dat Gods zorg en liefde veel dieper gaan dan wat wij ons kunnen voorstellen. We worden uitgedaagd om vertrouwen te hebben in Zijn wil en goedheid, net zoals een kind zijn vader vertrouwt.
Het nodigt ons ook uit om na te denken over onze relaties met anderen. Als we verwachten dat God goed voor ons is, zouden we dan niet ook proberen om goed te zijn voor anderen en hen te geven wat zij nodig hebben? Dit vers is een krachtige reminder van de gulheid en goedheid die onze levens zouden moeten doordringen, voortkomend uit ons vertrouwen in Gods overvloedige liefde.