Toen u nog slaven van de zonde was, was u niet gebonden aan de gerechtigheid. Wat hebt u daarmee geoogst? Dingen waarvoor u zich nu schaamt, want ze leiden tot de dood. Maar nu, bevrijd van de zonde en in dienst van God, oogst u toewijding aan hem en zelfs het eeuwige leven. — Romeinen 6:20-22
In deze verzen uit Romeinen 6 spreekt Paulus over de transitie van slavernij naar vrijheid. Toen we nog gebonden waren aan de zonde, waren we eigenlijk gevangenen zonder het echt door te hebben. Het is als een soort kooi waarin je jezelf gevangen hebt gezet, maar je ziet de tralies niet eens omdat ze zo vertrouwd zijn.
Wat Paulus ons in deze verzen probeert te laten inzien, is dat dit leven van zonde en ongehoorzaamheid eigenlijk geen echte vrijheid biedt. Het leidt uiteindelijk tot dingen waar we niet trots op kunnen zijn en die ons verder van God verwijderen. Maar nu we bevrijd zijn door onze verbondenheid met God, kunnen we een leven leiden dat echt voldoening schenkt en ons dichter bij het doel brengt dat God voor ons heeft.
Het is net als wanneer je eindelijk besluit om een aantal slechte gewoontes achter je te laten en je inspant voor doelen die werkelijk betekenisvol zijn. Het kan in het begin moeilijk zijn om de stap te maken, maar de vrucht die eruit voortkomt – zoals liefde, vreugde en vrede – maakt het de moeite waard. Het is deze transformatie die ons een glimp laat zien van de ware vrijheid die God voor ons in petto heeft.
Dus laten we overwegen waar we momenteel ‘slaaf’ van zijn in ons leven en ons richten op de vrijheid die we via God kunnen ervaren, zodat we een leven leiden dat echt voldoening schenkt.