Over de engelen zegt hij: ‘Die zijn engelen inzet als windvlagen, en zijn dienaren als een vlammend vuur.’ Maar tegen de Zoon zegt hij: ‘God, uw troon houdt stand tot in alle eeuwigheid, en de scepter van het recht is de scepter van uw koningschap. — Hebreeen 1:7-8
In Hebreeën 1:7-8 lezen we hoe de schrijver spreekt over de rol en de positie van engelen en Jezus. “Van de engelen zegt Hij: ‘Van zijn engelen maakt Hij winden, van zijn dienaren een vuurvlam.’ Maar tegen de Zoon zegt Hij: ‘Uw troon, o God, staat voor eeuwig en altijd, en de scepter van recht is de scepter van uw koningschap.’”
Dit gedeelte maakt een duidelijk onderscheid tussen de engelen en Jezus. Engelen worden gezien als dienaren, vergelijkbaar met natuurkrachten zoals winden en vuurvlammen. Hun rol is dienstbaar en ondersteunend.
Maar wanneer het om Jezus gaat, verandert de toon compleet. Jezus, de Zoon, wordt aangesproken als God die voor eeuwig regeert. Dit laat zien dat Jezus niet zomaar een dienaar is, maar dat Hij een Goddelijke en eeuwige rol heeft. Zijn koningschap is gebaseerd op recht en gerechtigheid.
Als we naar dit verschil kijken, worden we eraan herinnerd hoe uniek en belangrijk Jezus is binnen ons geloof. Hij is niet alleen maar een figuur van liefde en wijsheid, maar ook een rechtvaardige koning wiens autoriteit en koninkrijk geen einde kennen. Dit nodigt ons uit om Hem niet alleen te zien als een leraar of een inspirerend figuur, maar als de Eeuwige Heerser die we mogen vertrouwen met ons leven en onze toekomst.
In de uitdagingen en onrust van ons leven kunnen we ons vasthouden aan het feit dat we een Koning dienen die altijd rechtvaardig is en wiens koninkrijk gebouwd is op waarheid en goedheid. Dat geeft ons hoop en perspectief om te leven met vertrouwen en vreugde, wetend dat Hij alles in zijn handen heeft.