Voor God zijn er geen hopeloze gevallen

Voor God zijn er geen hopeloze gevallen

Corné opent met het goede nieuws dat er voor God geen hopeloze gevallen zijn. Hoe diep iemand ook gevallen is of hoe verstrikt iemand kan zitten in zonde, verslaving of kwade machten, bij God is omkeer mogelijk. Hij vertelt kort over een moment op Vaderdag, toen zijn kind tijdens het gebed “papa” riep, en verbindt dat met God als Abba Vader. Daarna leest hij Marcus 5:1-20.

Corné legt uit dat Jezus na de storm op het meer van Galilea aankomt in het gebied van de Gadarenen, een Grieks-Romeins gebied. Meteen komt er een man uit de grafspelonken naar Hem toe, gebonden door een onreine geest. De man leeft tussen de graven, is verwond, sterk en niet in bedwang te houden. Toch kan de duisternis in hem hem niet tegenhouden om voor Jezus te knielen.

De demonen herkennen Jezus als de Zoon van God en weten dat Hij de hoogste autoriteit heeft. Corné benadrukt dat waar het licht van Jezus binnenkomt, de duisternis moet wijken. Hij noemt ook Mattheüs 8, waar over dezelfde gebeurtenis gesproken wordt, en legt uit dat de nadruk in Marcus ligt op deze ene man. Jezus komt juist daar aan wal om vrijheid te brengen.

Bij het legioen demonen en de varkens laat Corné zien dat de duisternis zich thuis voelt in onreinheid en vernietigend werkt. Hij verwijst naar Leviticus 11, waar varkens onrein worden genoemd. De man blijft leven, maar de varkens storten de zee in. Daarin ziet Corné dat mensen kunnen kiezen: het licht van Jezus volgen en gebondenheid in het licht brengen.

Corné wijst erop dat de man weer gekleed en goed bij zijn verstand zit, maar dat de omstanders bang worden en Jezus vragen weg te gaan. Hij verbindt dit met Efeze 6: de strijd is geestelijk, niet tegen mensen zelf. Mensen moeten geliefd worden, terwijl zonde en gebondenheid wel benoemd en bij het kruis gebracht mogen worden.

Aan het einde roept Corné op om nuchter én waakzaam te zijn. Ook in Nederland is geestelijke strijd, maar gelovigen hoeven niet bang te zijn. Romeinen 8 zegt dat niets kan scheiden van de liefde van Christus. Corné nodigt de gemeente uit om opnieuw het leven aan God toe te vertrouwen, duisternis en zonde op te ruimen en dichtbij Jezus te blijven, want Hij geeft vrijheid.

Bijbelgedeelte: Marcus 5:1-20; Marcus 4:35-41; Mattheüs 8:28-34; Leviticus 11:7-8; Efeze 6:12; Romeinen 8:38-39; 1 Petrus 5:8