Vaderwonden en het hart van een wees

Vaderwonden en het hart van een wees

Geert opent de preek met een persoonlijk moment in de auto. Onderweg naar Tiel zocht hij een lied over de Vader, maar vond het niet meteen. Even later kwam toch het lied Good Good Father voorbij. Dat raakte hem diep, omdat hij opnieuw dacht aan wie God de Vader voor hem is geweest, juist ook in eenzaamheid. Vanuit dat moment neemt hij de gemeente mee in de vraag hoe ieders vader en ouders zijn geweest, en welke invloed dat heeft op het beeld van God.

Hij legt uit dat vaders bedoeld zijn om iets van God de Vader te laten zien, maar dat dit bij niemand volmaakt gebeurt. Ook goede vaders kunnen krassen achterlaten. Geert vertelt hoe zijn eigen vader eens onterecht boos werd, maar daarna nederig sorry kwam zeggen. Dat gaf hem veiligheid. Tegelijk benoemt hij dat afwezigheid, passiviteit, strengheid of pijn door ouders een vertroebelde lens kunnen geven waardoor iemand God verkeerd gaat zien.

Vanuit Spreuken 4:23 benadrukt Geert dat het hart bewaakt moet worden, omdat het de bron van het leven is. Daarna bespreekt hij Mattheüs 7:9-11, waar Jezus aardse vaders vergelijkt met de hemelse Vader die goede gaven geeft. Geert noemt vijf typen vaders die wonden kunnen veroorzaken: de prestatiegerichte, dominante, mishandelende, passieve en afwezige vader. Daarbij verbindt hij onder meer Kolossenzen 3:21, Efeziërs 6:4 en Psalm 27:10 aan de gevolgen voor kinderen.

Bij de prestatiegerichte en dominante vader wijst Geert op druk, perfectionisme, angst en afstand. Hij verbindt dit met het beeld van de oudste zoon in de gelijkenis van de verloren zoon, die dichtbij huis was maar het hart van zijn vader niet kende. In Mattheüs 11:25-30 laat Jezus juist zien dat zijn juk zacht is en zijn last licht. God wil niet dat mensen als slaven leven, maar als kinderen die veilig zijn bij de Vader.

Geert spreekt ook over mishandeling, passiviteit en afwezigheid, en over de diepe gevolgen daarvan: gebroken vertrouwen, het gevoel niet gezien te worden, en een weeshart. Hij noemt Ezechiël 36, waar God een nieuw hart wil geven, en Galaten 4, waar de Geest in de harten van Gods kinderen Abba, Vader roept. Ook Johannes 14:18 klinkt door: Jezus laat zijn mensen niet als wezen achter. God wil leugens en bolwerken afbreken en mensen opnieuw leren wie Hij werkelijk is.

Aan het einde deelt Geert een persoonlijk verhaal over een periode van eenzaamheid, depressie en burn-out, waarin God hem door een kind liet weten dat Hij er wél voor hem was. Daarna nodigt hij de gemeente uit om samen te bidden voor genezing van vaderwonden en een weeshart. In dat gebed worden ouders en vaderfiguren vergeven, leugens verworpen en wordt gevraagd dat de goede Vader zijn waarheid en liefde dieper in het hart laat landen.

Bijbelgedeelte: Spreuken 4:23; Mattheüs 7:9-11; Kolossenzen 3:21; Efeziërs 6:4; Lucas 15:11-32; Mattheüs 11:25-30; Psalm 27:10; Ezechiël 36:26; Galaten 4:5-7; Johannes 14:18; 2 Korinthe 10:4-5; Lucas 3:22