Geestelijk vader zijn

Geestelijk vader zijn

De spreker opent met de vreugde om weer in de gemeente te zijn en noemt direct het thema: vaderschap en Gods vaderhart. Hij plaatst deze preek als afsluiting van een langere serie over de drie-eenheid, waarin eerder Jezus, de Heilige Geest en nu God de Vader centraal stonden. Het thema van deze dienst is geestelijk vader zijn. Gelovigen worden geboren als kinderen in Gods Koninkrijk, maar zijn ook geroepen om door te groeien tot geestelijke vaders en moeders voor anderen.

Hij legt uit dat geestelijk vaderschap betekent dat mensen Gods hart doorgeven. Dat gebeurt door identiteit, bevestiging en bestemming te geven. Jonge gelovigen, familieleden en vrienden hebben nodig dat iemand hen helpt beseffen dat zij geliefde kinderen van God zijn en een plek en roeping hebben. Aan de hand van 1 Korinthe 4:9-17 laat de spreker zien hoe Paulus als geestelijke vader spreekt tot de gemeente in Korinthe en Timotheüs zijn geliefde en trouwe zoon noemt.

De spreker benoemt verschillende kenmerken van geestelijk vaderschap. Het is liefdevol, maar ook eerlijk: soms hoort daar waarschuwen en terechtwijzen bij. Het schept een blijvende familieband en vraagt betrokkenheid. Ook voorbeeld zijn hoort erbij. Door samen tijd door te brengen, in gewone ontmoetingen, bijbelstudie, aanbidding of andere momenten, leren mensen bewust en onbewust van elkaar. Zo ontstaat discipelschap op een natuurlijke en liefdevolle manier.

Daarna gaat de spreker naar Romeinen 12:1-8. Hij ziet daarin zeven hartsgesteldheden of motivatiegaven die iets laten zien van het vaderhart van God: profetie, dienen, onderwijzen, bemoedigen, geven, leidinggeven en ontferming. Deze gaven zijn volgens hem als een liefdestaal waarmee iemand Gods hart uitleeft. Ieder mens reageert anders op nood of teleurstelling, en samen laten deze verschillende reacties iets zien van de volle liefde van de Vader.

De spreker werkt de zeven uit. De profetische mens kijkt vanuit Gods perspectief, de dienaar helpt trouw en nederig, de onderwijzer zoekt waarheid en groei, de bemoediger richt zich op herstel en relatie, de gever helpt strategisch en oprecht, de leider brengt dingen in beweging, en de barmhartige laat warme, volhardende liefde zien. Tegelijk noemt hij bij elke gave ook valkuilen, zodat mensen zichzelf en elkaar beter leren begrijpen.

Aan het einde verbindt de spreker alles met 1 Petrus 4:10-11. Iedere gelovige heeft een bediening, geestelijke gaven en een deel van Gods veelkleurige genade ontvangen om anderen te dienen. Zijn oproep is om niet te proberen iemand anders te zijn, maar te ontdekken welk deel van Gods liefde aan ieder is gegeven. Hij bidt dat de gemeente geestelijke vaders en moeders zal zijn, zonder kramp, maar vanuit Gods warme vaderhart.

Bijbelgedeelte: Mattheüs 3:17; 1 Korinthe 4:9-17; 1 Korinthe 12:1-7; 1 Korinthe 13:1-13; Romeinen 12:1-8; 1 Johannes 2:12-14; 1 Petrus 4:10-11