God werkt het willen en het werken in ons

God werkt het willen en het werken in ons

Jesse opent de preek met een hartelijke groet en zegt dat hij Gods Woord mag delen in de kapel waar de Heer de gemeente naartoe heeft geleid. Hij noemt meteen het thema: God werkt in gelovigen zowel het willen als het werken uit. Dat is genade, zegt Jesse, want wat God vraagt, geeft Hij ook de kracht om te doen. Ook in beproevingen is God trouw en geeft Hij uitkomst. Daarom wil Jesse de gemeente bemoedigen: het gaat niet om eigen kracht, maar om God die met zijn kinderen meegaat.

Daarna benadrukt Jesse dat wie spreekt, de woorden van God moet doorgeven, zoals in 1 Petrus 4 staat. Hij verbindt dat met het beeld van gezanten van Christus uit 2 Korinthe 5: een ambassadeur geeft niet zijn eigen mening, maar vertegenwoordigt degene die hem zendt. Ook wijst hij op de brieven aan de zeven gemeenten in Openbaring. Jezus spreekt daar eerlijk, vriendelijk en streng, en roept steeds op om te luisteren naar wat de Geest tegen de gemeenten zegt.

Vanuit 1 Korinthe 3 laat Jesse zien dat Paulus plantte en Apollos begiet, maar dat God de groei geeft. Paulus relativeert zijn eigen rol en verhoogt Gods rol. Dat verbindt Jesse met Johannes de Doper, die zegt dat Jezus meer moet worden en hij minder. Volgens Jesse betekent dit niet dat gelovigen minderwaardig over zichzelf moeten denken, maar dat zij minder met zichzelf bezig zijn en het belang van de ander zwaarder laten wegen dan hun eigen belang.

In 1 Korinthe 4 laat Jesse zien hoe Paulus omgaat met beoordeling door anderen en door zichzelf. Het betekent voor Paulus zeer weinig, omdat de Heer hem beoordeelt. Dat geeft vrijheid van menselijke oordelen en zelfveroordeling. Jesse verbindt dit met de oproep om te bouwen op het fundament van Jezus Christus met materiaal dat het vuur kan doorstaan. Uit 2 Timotheüs 2 haalt hij het beeld van voorwerpen voor eervol gebruik: wie afstand neemt van ongerechtigheid, wordt bruikbaar voor de Eigenaar.

Jesse eindigt bij Filippenzen 2, waar staat dat gelovigen aan hun zaligheid moeten werken met vrees en beven, omdat God in hen werkt zowel het willen als het werken. Dat is de sleutel: God vraagt gehoorzaamheid, maar geeft ook verlangen en kracht. Daarom roept Jesse de gemeente op om zonder morren en meningsverschillen te leven, als lichten in een donkere wereld. Zo wordt Jezus zichtbaar door zijn kinderen heen, niet door eigen kracht, maar door Gods werk in hen.

Bijbelgedeelte: 1 Petrus 4:11-11; 2 Korinthe 5:20-20; Openbaring 1:3-3; Openbaring 2:1-3:22; Romeinen 11:22-22; 1 Korinthe 3:5-15; Johannes 3:30-30; Filippenzen 2:3-3; Galaten 6:7-8; Jesaja 61:3-3; 1 Korinthe 13:7-7; 1 Korinthe 4:1-4; 2 Timotheüs 2:19-21; Hebreeën 12:4-4; 1 Timotheüs 4:8-8; Kolossenzen 1:27-27; Filippenzen 2:12-15; Romeinen 8:5-8; Johannes 14:13-14; 1 Johannes 5:14-14