Ik zal je vissers van mensen maken

Ik zal je vissers van mensen maken

De spreker opent met het verhaal dat net is uitgebeeld: vissers die niets vangen totdat Jezus zegt dat ze het aan de andere kant moeten proberen. Hij laat zien hoe herkenbaar dat is. Mensen werken hard, proberen van alles en hebben tegelijk veel excuses als God iets anders vraagt. De vraag klinkt eenvoudig maar dichtbij: hoe vaak zegt God tegen iemand om het eens aan de andere kant te doen, en hoe vaak wordt er dan toch niet geluisterd?

Daarna leest de spreker uit Matteüs 4, waar Jezus langs de zee van Galilea loopt en Simon Petrus, Andreas, Jakobus en Johannes roept. Hij benadrukt dat Jezus hen ziet, hun namen kent en weet waar ze mee bezig zijn. Zo ziet Jezus ook mensen vandaag: op hun werk, in hun gezin, in hun gewone leven. Zijn eerste roep is: kom achter Mij. Niet de eigen mening moet voorop, maar Jezus zelf en de Bijbel.

De woorden van Jezus, dat Hij hen vissers van mensen zal maken, zijn voor de spreker belangrijk. Dat betekent dat zij het nog niet waren, maar dat Jezus hen zou vormen. Daarom hoeft iemand niet te zeggen dat hij het niet kan. Jezus vraagt beschikbaarheid en wil mensen leren, ieder op zijn eigen manier. De spreker noemt voorbeelden van dienen, gesprekken voeren, bemoedigen en creatief zijn, waarin God mensen gebruikt zonder dat zij alles al kunnen.

De discipelen laten meteen hun netten, schip en vader achter en volgen Jezus. De spreker legt uit dat volgen altijd een keuze is en ook iets kost: tijd, geld, aandacht of gemak. Jezus dwingt niemand, maar roept. Hij gaf zelf zijn leven, ging de weg naar het kruis en maakte de weg naar de Vader vrij. Daarom vraagt Hij ook iets van wie Hem volgt, met de belofte dat Hij nieuwe dingen geeft.

Aan het einde verbindt de spreker dit met het nieuwe seizoen, de week van bidden en vasten en de evangelisatiecampagne van 9 tot en met 11 oktober. Hij moedigt iedereen aan om vijf namen op te schrijven van mensen die Jezus nog niet kennen, voor hen te bidden en hen uit te nodigen of mee te nemen. De kerken in Tiel hebben elkaar nodig om de oogst binnen te halen, en de gemeente wordt opgeroepen beschikbaar te zijn als arbeiders in Gods Koninkrijk.

Bijbelgedeelte: Matteüs 4:18-23; Hebreeën 13:8; Matteüs 9:37-38