Jesse opent de preek met dankbaarheid dat hij in Tiel Gods woord mag delen. Hij vertelt dat hij voorganger is in Christengemeente Meerkerk en dat zijn gemeente een bijzonder seizoen van toerusting en evangelisatie heeft meegemaakt. Daarna legt hij uit dat God elke dag vers voedsel wil geven, zoals manna in het Oude Testament. Daarom wil hij niet zomaar dezelfde preek herhalen, maar luisteren naar wat God deze gemeente op deze ochtend wil zeggen.
Hij vertelt een persoonlijk voorbeeld van een conferentie waar hij een preek niet kon ontvangen, terwijl een vriend juist diep bemoedigd werd. Daardoor ontdekte hij dat niet alleen de spreker, maar ook de toehoorder verantwoordelijkheid draagt. Gods woord is niet alleen informatie, maar bedoeld voor transformatie. Vanuit Romeinen, Jakobus en de gelijkenis van de zaaier benadrukt Jesse dat het woord in het hart geplant moet worden en daar vrucht kan dragen.
Jesse spreekt over Jezus, die zei dat het beter was dat Hij zou gaan, omdat de Heilige Geest zou komen. Die Geest is werkelijk aanwezig en leidt in de waarheid. Daarna leest hij Lukas 16:10-13, waar Jezus zegt dat wie betrouwbaar is in het geringste, ook betrouwbaar is in veel. De kern is dat mensen niet hoeven te wachten op meer tijd, geld of mogelijkheden, maar trouw mogen zijn met wat God nu al gegeven heeft.
Vanuit dat bijbelgedeelte past Jesse het toe op dankbaarheid, vergelijking en omgang met geld. Hij zegt dat geld in de ogen van Jezus een graadmeter is voor werkelijk belangrijke dingen. Waar iemand tijd en middelen aan besteedt, laat iets van het hart zien. Ook wat verborgen is voor mensen, is zichtbaar voor God. Daarom roept hij op om kleine taken, relaties, aandacht en middelen te gebruiken als aanbidding voor de Heer.
Aan het einde verbindt Jesse betrouwbaarheid met hoe mensen omgaan met wat van een ander is, en met de liefde die gelovigen elkaar verschuldigd zijn. Hij spreekt over vergeving vanuit de grote vergeving die God zelf heeft gegeven. Ook vertelt hij hoe hij zelf in geloof begon te preken toen niemand hem uitnodigde. Zoals David gevormd werd bij de schapen, zo kan ieder trouw zijn op de verborgen plek waar God het ziet.
Bijbelgedeelte: Matteüs 28:19-20; 1 Petrus 4:11; Romeinen 8:29; Romeinen 10:9-10; Marcus 4:1-20; Spreuken 24:16; Jacobus 1:21-22; Johannes 16:7-13; Lukas 16:10-13; Matteüs 6:3-4; Matteüs 6:21; Kolossenzen 3:23; Romeinen 13:8; Matteüs 18:23-35; 1 Samuel 16:1-13; 1 Samuel 17:34-37; 1 Samuel 17:45-47; Openbaring 19:9; Openbaring 20:10