Sjef opent met dankzegging en aanbidding. Hij dankt Jezus voor de Heilige Geest, voor Gods aanwezigheid en voor het bloed van het Lam. Hij spreekt uit dat God zijn woord waarmaakt en bidt speciaal voor Tiel: dat God zijn Geest zal uitstorten en wat dood of dor is weer tot leven zal wekken. Daarna vertelt hij hoe hij tijdens de zang de kracht en aanwezigheid van de Heilige Geest ervoer.
Hij spreekt eerst over de Heilige Geest en kinderen. Kinderen hebben volgens hem geen kleine Heilige Geest. Hij vertelt over zijn kleinzoon, die niet gelovig wordt opgevoed, maar door gebed toch over Jezus begint te praten en vraagt of er voor hem gebeden wordt. Sjef moedigt de gemeente aan om te blijven bidden voor kinderen, kleinkinderen en familie, omdat de Heilige Geest al vooruitgaat en de waarheid brengt.
Daarna gaat Sjef naar 1 Korinthe 14, waar Paulus zegt: jaag de liefde na en streef naar de gaven van de Geest, vooral naar profetie. Hij benadrukt dat Paulus niet begint met de gaven, maar met liefde. Daarom leest hij ook uit 1 Korinthe 13. Gaven, tongen, profetie, kennis en geloof hebben volgens hem geen waarde als de liefde ontbreekt. God is niet onder de indruk van gaven, want die komen van Hemzelf; Hij zoekt liefde.
Sjef legt uit dat liefde geen gevoel is, maar een keuze. Jezus koos ervoor om uit liefde naar het kruis te gaan. Daarom moeten gelovigen ook kiezen om broeders en zusters lief te hebben, elkaar te verdragen en niet met boosheid of vingerwijzen naar elkaar te kijken. Hij vertelt eerlijk dat hij vroeger als een olifant door de porseleinkast profeteerde en mensen pijn deed, omdat er te weinig bewogenheid en ontferming in zat.
Vanuit 1 Korinthe 14 legt Sjef uit waarom profetie belangrijk is: wie profeteert spreekt stichtend, vermanend en bemoedigend. Hij omschrijft dat als opbouwen, versterken, aansporen, troosten en elkaar helpen. Profetie is niet bedoeld om mensen neer te drukken, maar om de gemeente te bouwen. Hij moedigt de gemeente aan om God te zoeken in de binnenkamer en te vragen wat Hij wil zeggen voor het huis en voor elkaar.
Aan het einde roept Sjef de gemeente op om niet aan de zijlijn te blijven staan met kritiek, maar mee te bouwen. Hij moedigt hen aan om leiders te bemoedigen, positief en opbouwend te spreken en te verlangen naar meer van de Heilige Geest. Wie wil bemoedigen, opbouwen en vervuld worden met de Heilige Geest, wordt uitgenodigd om te gaan staan en naar voren te komen voor gebed.
Bijbelgedeelte: 1 Korinthe 14:1-4; 1 Korinthe 13:1-13; 1 Korinthe 12:1-31