Arie opent met een beeld uit het dagelijks leven: de file op de A2. Iedereen staat in dezelfde rij auto’s, ziet dezelfde remlichten en dezelfde regen, maar beleeft het toch anders. De een gaat naar het werk, de ander naar een trouwerij of vakantie, en weer een ander zit met zorgen. Zo laat hij zien dat ieder mens door een eigen lens naar de werkelijkheid kijkt.
Vanuit dat beeld kijkt Arie naar de ontmoetingen die de gemeente zal hebben bij Vida Tiel. Daar komen geen categorieën mensen voorbij, maar individuele mensen met een eigen verhaal, eigen ervaringen en soms ook beschadigingen. De vraag wordt dan: wat zou Jezus doen? Daarom neemt Arie de gemeente mee naar Johannes 3:1-21, het gesprek tussen Jezus en Nicodemus.
Nicodemus is volgens Arie een man met veel kennis, status en religieuze vorming, maar toch komt hij ’s nachts met vragen bij Jezus. Dat laat zien dat ook iemand die veel weet, dingen kan tegenkomen die niet in zijn denkraam passen. Jezus ontvangt hem, ook in zijn schaamte en voorzichtigheid. Arie benadrukt dat mensen altijd naar Jezus mogen gaan, op elk moment en met elke vraag.
Jezus spreekt met Nicodemus over opnieuw geboren worden, of geboren worden van boven. Arie legt uit dat dit niet iets is wat een mens zelf kan organiseren. Hij verbindt dit met Ezechiël 36:25-27, waar God spreekt over rein water, een nieuw hart en een nieuwe geest. Zoals de wind niet te controleren is, zo werkt ook de Heilige Geest vrij en ongrijpbaar in mensenharten.
Daarna wijst Arie op de slang in de woestijn en op Johannes 3:16. Jezus geeft Nicodemus geen sluitend systeem, maar wijst naar zichzelf: de Mensenzoon die verhoogd zal worden. God zet de beslissende beweging naar de mens toe door zijn Zoon te geven. De gemeente mag daarom niet proberen mensen tot geloof te redeneren, maar wijzen naar Jezus, waar genade en redding te vinden zijn.
Arie eindigt met een eenvoudige toepassing voor de gesprekken die komen. Luister echt voordat je antwoord geeft, vraag nieuwsgierig door en vertel pas je eigen getuigenis als daar ruimte voor ontstaat. De uitkomst ligt niet in menselijke handen. De opdracht is om Tiel te ontmoeten, van Jezus te getuigen en ruimte te geven aan de Heilige Geest om te doen wat mensen zelf niet kunnen: opnieuw geboren laten worden van boven.
Bijbelgedeelte: Johannes 3:1-21; Ezechiël 36:25-27; Ezechiël 37; Numeri 21:4-9