Tussen twee kruizen in of tussen de twee kruizen

Tussen twee kruizen in of tussen de twee kruizen

De preek van Arie gaat over de eerste zondag na Pasen en draagt de gedachte “tussen twee kruizen”. Hij kijkt terug op het lijden, sterven en de opstanding van Jezus. Jezus ging de weg van pijn, vernedering en kruisiging uit liefde en gehoorzaamheid aan de Vader. Hij nam de zonde van de mens op zich en betaalde de prijs die sinds de zondeval op de mens lag: de dood, zowel lichamelijk als geestelijk. Door zijn opstanding heeft Jezus laten zien dat de dood niet het laatste woord heeft.

Arie legt uit dat leven zonder God geestelijk sterven is. Daarom is wedergeboorte nodig: geboren worden uit water en Geest, zoals Jezus tegen Nicodemus zegt. Pasen betekent dat Jezus werkelijk leeft en dat Hij de belofte heeft vervuld waar al eeuwen naar werd uitgezien. De mensen die gestorven waren in verwachting van die belofte zijn vrijgemaakt, en ook gelovigen nu leven met hun geest bij God, terwijl zij nog wachten op de volledige verlossing.

Daarna richt de preek zich op drie groepen mensen die zichtbaar worden in het paasverhaal. De eerste groep bestaat uit mensen die blijven zoeken en liefhebben, zoals Maria Magdalena, Maria de moeder van Jezus en Johannes. Zij bleven dicht bij Jezus, ook toen het moeilijk en gevaarlijk werd. Maria Magdalena bleef zoeken en was de eerste aan wie Jezus zich na zijn opstanding openbaarde.

De tweede groep bestaat uit twijfelaars. Thomas is daarvan het duidelijke voorbeeld. Hij kon het niet geloven totdat hij de wonden van Jezus zelf mocht zien. Jezus wees hem niet af, maar kwam juist naar hem toe. Ook de Emmaüsgangers laten twijfel en teleurstelling zien. Zij dachten dat Jezus een gepasseerd station was, totdat Hij zich aan hen openbaarde bij het breken van het brood. Petrus wordt genoemd als iemand die vluchtte, faalde en schuld kende, maar ook hij werd niet opgegeven. Jezus verschijnt juist aan mensen die twijfelen, vluchten of gebroken zijn.

De derde groep bestaat uit mensen die Jezus afwijzen of zich tegen Hem verzetten. Pilatus kiest voor zichzelf en zijn politieke gemak, terwijl hij weet dat Jezus onschuldig is. Kajafas en de religieuze leiders zien Jezus als een bedreiging voor hun positie. Judas laat zien dat dicht bij Jezus zijn niet hetzelfde is als werkelijk in Hem geloven. Barabbas wordt vervolgens het grote beeld van het evangelie: de schuldige wordt vrijgelaten, terwijl de onschuldige zijn plaats inneemt.

Arie benadrukt dat wij allemaal beginnen als Barabbas. Iedereen heeft redding nodig. De vraag is wat wij doen met de vrijheid die Jezus door zijn offer heeft gebracht. Gaan we Hem volgen, blijven we eerlijk zoeken ondanks twijfel, of wijzen we Hem af? Daarbij benadrukt hij dat het evangelie geen boodschap is voor perfecte mensen, maar een uitnodiging voor zondaars. Niemand staat boven een ander, want iedereen worstelt met zonde, verlangens, falen en gebrokenheid.

Ook waarschuwt Arie tegen harde veroordeling. Hij noemt dat sommige zonden vaak apart worden gezet en harder worden veroordeeld dan andere, terwijl de Bijbel duidelijk maakt dat niemand zichzelf buiten het probleem van zonde kan plaatsen. Jezus brengt zowel genade als een oproep tot verandering. Zoals bij de overspelige vrouw zegt Hij niet alleen: “Ik veroordeel u niet”, maar ook: “Ga heen en zondig niet meer.”

Het slot van de preek komt terug bij Golgota. Daar hangen drie kruizen. In het midden hangt Jezus, de Redder. Aan de ene kant hangt een misdadiger die spot en God uitdaagt. Aan de andere kant hangt een misdadiger die zijn schuld erkent en om genade vraagt. Jezus belooft hem: “Vandaag nog zult u met Mij in het paradijs zijn.” Daarmee laat Arie zien dat het nooit te laat is om genade te vragen.

De kernboodschap is dat ieder mens voor de keuze staat tussen die twee kruizen: verzet of overgave, spot of genade, afwijzing of vertrouwen. Jezus is toegankelijk voor iedereen, juist voor zondaars, twijfelaars en gebroken mensen. Hij wil Redder, Herder en Heer zijn, en Hij nodigt iedereen uit om Hem te volgen.