In zijn preek over de vijfvoudige bediening legt Geert uit hoe Jezus na zijn opstanding en hemelvaart leiders gaf aan de kerk om zijn lichaam – de gemeente – aan te sturen. Deze vijfvoudige bediening bestaat uit apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraren. Elk van deze bedieningen vertegenwoordigt een unieke functie met als doel gelovigen toe te rusten, te laten groeien in heiligheid en volwassenheid, en hen te helpen dieper te gaan in hun relatie met God.
Geert benadrukt dat Jezus alle vijf de bedieningen in zichzelf verenigde, maar dat hij ze nu verspreid heeft over zijn lichaam, de kerk. Niet alleen voorgangers of oudsten kunnen een bediening dragen; elke gelovige kan in meer of mindere mate apostolisch, profetisch, evangelistisch, herderlijk of lerend functioneren – ook buiten de kerk, zoals op de werkvloer, in de familie of op straat. Het gaat niet om titels, maar om functies die voortkomen uit roeping, gezag en karakter.
Hij wijst op Efeze 4 als fundament, waar staat dat Jezus deze bedieningen gaf om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon en tot de volheid van Christus. Volgens Geert bewijst dit dat deze bedieningen nog steeds nodig zijn, aangezien de kerk nog niet in volledige eenheid of volwassenheid leeft. De vijfvoudige bediening is bedoeld om de gelovige te helpen groeien in waarheid, volwassenheid en verantwoordelijkheid.
Elke bediening wordt uitgelegd met een symbolische connectie naar de boeken van de Thora. De apostel is als Genesis, de pionier die nieuwe dingen opzet. De profeet is als Exodus, die de namen van God openbaart en mensen leert Gods stem te verstaan. De evangelist is als Leviticus, die roept tot het offer van Jezus. De herder is als Numeri, die mensen begeleidt door de woestijn van het leven. De leraar is als Deuteronomium, die het Woord uitlegt en toegankelijk maakt. Deze vijf “pilaren” helpen gelovigen door de poort van bekering en doop heen het heilige binnen te gaan – een beeld uit de tabernakel – om uiteindelijk dichter bij het Vaderhart van God te komen.
Geert spoort iedereen aan om na te denken over zijn of haar eigen plek: welke bediening spreekt jou aan, waar zie je vruchten, waarin mag je groeien? Hij benadrukt dat bediening ook karaktervorming vereist en dat timing van God essentieel is. Net als bij Paulus, die eerst een fase van voorbereiding en leraarschap doormaakte voordat hij als apostel werd uitgezonden.
De preek eindigt met een krachtig gebed waarin Geert bidt dat Gods roeping opnieuw zal opvlammen in levens waar die is vergeten of onderdrukt. Hij vraagt God om apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraren vrij te zetten in de kerk, zodat het lichaam van Christus volledig en in balans tot bloei komt.