Als leem in de hand van de pottenbakker

Als leem in de hand van de pottenbakker

In deze preek laat Eugene zien dat God de grote Pottenbakker is en wij het leem in Zijn hand. Het uitgangspunt is Jeremia 18, waar Jeremia niet in de tempel maar in het gewone dagelijks leven, bij het huis van de pottenbakker, Gods stem hoort. Daarmee benadrukt de preek dat God niet alleen op “heilige” momenten spreekt, maar juist ook midden in het gewone leven. De oproep is daarom om door de dag heen gevoelig te worden voor Gods stem.

Vervolgens werkt Eugene het beeld van de pottenbakker stap voor stap uit. Zoals leem eerst gereinigd moet worden van steentjes en vuil, zo moeten ook mensen gereinigd worden. Daarna moet het leem gekneed worden: harde stukken worden gebroken, luchtbellen verwijderd en water toegevoegd zodat het kneedbaar wordt. Dat ziet hij als een beeld van Gods werk in ons karakter. Harde kanten, trots en koppigheid worden door God aangepakt, terwijl de Heilige Geest het “water” is dat ons vormbaar maakt en in ons de vrucht van de Geest laat groeien. God is daarbij volgens hem meer geïnteresseerd in wie wij zijn dan in wat wij doen.

Een belangrijk punt in de preek is dat wij geen levenloos stuk klei zijn, maar mensen met een wil. We kunnen ons verzetten tegen Gods vorming, zoals Israël in Jeremia 18 deed. Toch blijft Gods bedoeling goed: Hij weet precies wat Hij maakt. Niet iedereen wordt hetzelfde vat. De één is zichtbaar en opvallend, de ander eenvoudig en dienend, maar ieder heeft een eigen plaats en waarde. Corne verbindt dat ook aan Psalm 139: ieder mens is uniek gemaakt en geen vergissing. Daarom hoeft niemand zichzelf af te wijzen of zich te vergelijken met anderen.

Daarna laat hij zien dat de vorming niet stopt bij het kneden. De pot moet ook door de oven. Dat beeld gebruikt hij voor moeilijke omstandigheden, beproevingen en lijden, waardoor God mensen sterker en weerbaarder maakt. Ook het “schuren” hoort daarbij: andere mensen, zeker de lastige, kunnen middelen zijn waardoor God geduld, liefde en zachtmoedigheid in ons vormt. Zo gebruikt God zelfs moeilijke relaties om ons meer op Christus te laten lijken.

Aan het einde komt de kern heel helder naar voren: het gaat niet om hoe mooi een vat eruitziet, maar of het bruikbaar is voor de eigenaar. Corne verbindt dat aan 2 Timotheüs 2: een vat met een eervolle bestemming is een vat dat van binnen schoon is en klaarstaat voor goed gebruik. De centrale boodschap van de preek is daarom dat gelovigen zich ontspannen mogen toevertrouwen aan Gods handen. Hij weet wat Hij doet, Hij maakt geen vergissingen, en Zijn doel is om ons zo te vormen dat wij bruikbaar zijn op de plek waar Hij ons wil inzetten.